De Maffia Agenten

Door David Amoruso
Oorspronkelijk een door mij in het Engels geschreven artikel

“Ik hield, speciaal voor dit soort karweitjes, een geweer met afgezaagde loop in mijn kastje. Ik kon het goed verbergen onder mijn lange overjas. Ik zag Frankie, hij zat te kaarten. Ik besloop hem van achteren, stak de loop van het geweer in zijn mond en beval hem op te staan. ‘Dag klootzak’ was het enige dat ik zei. Dat ene zinnetje zorgde ervoor dat hij het in zijn broek deed. Ik zette hem tegen de muur en keek hoe de vlek in zijn broek almaar groter werd. Plotseling wist ik hoe het voelde om mijn vader te zijn. Ik liep en praatte als een mafioso. … Ik laadde het geweer. ‘Alsjeblieft’ smeekte hij, ‘alsjeblieft’. Eventjes had ik een heerlijke, sterke drang om de trekker over te halen.” - Louis Eppolito in zijn autobiografie “Mafia Cop”

Op woensdagnacht 9 maart 2005 werden de gepensioneerde rechercheurs Louis Eppolito en Stephen Caracappa gearresteerd in Piero’s Restaurant in Las Vegas. Zij werden beschuldigd van racketeering, oftewel: gangsterpraktijken. De aanklacht bevatte acht moorden, twee pogingen tot moord, een samenzwering tot moord, belemmering van de rechtsgang, drugshandel en het witwassen van geld. Volgens de aanklagers hadden Eppolito en Caracappa gewerkt voor en met de maffia.

Louis Eppolito werd geboren op 22 juli 1948 in Brooklyn, New York. Toen Louis acht jaar was, vroeg zijn vader Ralph hem of hij iets van vechten af wist. Dat wist de kleine Louis wel, en hij nam een gevechtspositie aan. Ralph haalde uit en stootte Louis recht op zijn kaak. Ralph begon Louis toen uit te leggen hoe je moest vechten. Op een gegeven moment gaf Louis aan dat hij zich verveelde. Zijn vader reageerde fel: “Ik leer je hoe je jezelf moet verdedigen, hoe je jezelf op straat moet redden.” Ralph stond op straat bekend als ‘Fat de Gangster’ en hij was lid van de gevreesde maffia.

Toen Louis twaalf jaar was nam zijn vader hem mee naar zijn werk. Op dat moment geloofde Louis nog steeds het verhaal dat zijn vader hem altijd had verteld, dat hij barkeeper was. Aangekomen bij het café genaamd “The Grand Mark” kwam Louis erachter dat zijn vader niet vaak achter de bar stond. Al snel werd Louis geïntroduceerd tot de maffia en zijn leden. Toen Louis ouder werd begon zijn vader hem te behandelen als een volwassene. Hij vertelde zijn zoon over hoe hij lid werd van de maffia, over die “vuile rat die moest verdwijnen.” Ralph leerde zijn zoon allerlei dingen over het leven, zijn leven. Hij maakte Louis klaar voor een leven in de maffia. Maar Louis besloot dat hij liever politie agent wilde worden.

Louis Eppolito was een agent die veelvuldig in de Newyorkse kranten kwam. Hij was een harde agent, maar wel eerlijk. Maar ook al was hij nu agent, zijn criminele familie was nooit ver weg. Eppolito probeerde ze in het begin uit de weg te gaan maar besloot uiteindelijk dat dat nogal moeilijk ging in New York, een stad met vijf verschillende maffia families met honderden leden en duizenden “associates” (mensen die wel voor de maffia werken maar nog geen lid zijn). En dus maakte hij er maar het beste van. Als Eppolito bekende maffia leden tegenkwam behandelde hij hen met respect, bijv. door hen op de wang te kussen. Dit soort contacten zorgden ervoor dat de collega’s van Eppolito en met name de FBI, hem anders gingen bekijken. En Eppolito ging zijn collega’s ook anders bekijken toen hij zag hoe zij lacherig reageerden op de dood van zijn oom Jimmy. James “de mossel” Eppolito was een capo, kapitein, in de Gambino familie. Hij werd samen met zijn zoon vermoord en is er waarschijnlijk ingeluisd door een vriend.

De aanklacht van maart 2005 is niet de eerste keer dat Eppolito in de problemen met justitie komt. In 1983 was hij een verdachte in een corruptiezaak waarin iemand geheime informatie aan heroïnehandelaar Rosario Gambino had gelekt. In die zaak werd Eppolito vrijgesproken. Maar in zijn boek laat hij blijken dat hij na die zaak erg verbitterd was geraakt. Maar zo verbitterd dat hij de overstap maakte naar de maffia? In zijn boek “Mafia Cop” zegt hij: “Als de maffia iets beloofde, dan hield zij haar woord”

De aanklagers van justitie zeggen nu dat Louis Eppolito en Stephen Caracappa in 1985 voor de maffia werkten. Caracappa werkte toen voor de Organized Crime Homicide Unit, een eenheid die zich bezighield met het oplossen van de moorden die gerelateerd waren aan de georganiseerde misdaad. Hij had als lid van deze eenheid toegang tot een schat aan geheime informatie over de maffia. Caracappa zijn taak op dat moment was het onderzoeken van de Lucchese familie. In die tijd stond de Lucchese familie aan het begin van een wissel van de wacht. Hun baas, Anthony “Ducks” Corralo, zou snel worden aangeklaagd en veroordeeld in het “commissieproces” samen met de rest van de leidinggevende figuren binnen de familie. De nieuwe leiders die opstonden waren Vittorio Amuso en zijn rechterhand Anthony “Gaspipe” Casso. Deze twee mannen waren een ramp voor de Lucchese familie. Dit waren agressieve, bloeddorstige mannen die mensen lieten vermoorden omdat ze hen simpelweg “engerds” vonden. Anthony Casso was de man die de bevelen gaf die Eppolito en Caracappa uiteindelijk zouden hebben uitgevoerd. Casso gaf zijn bevelen aan een drugsdealer genaamd Burton Kaplan. Casso en Kaplan waren goede vrienden. Zo goed, dat Casso’s woning in Brooklyn stond geregistreerd onder Kaplan zijn naam.

Op 6 september 1986 werd er een aanslag op Casso gepleegd. Casso raakte gewond maar wist te vluchten. Casso liet zijn auto achter. Toen de politie ter plekke was om onderzoek te verrichten waren ze geschokt. In Casso’s auto vonden ze nummerborden van politie auto’s die werden gebruikt voor surveillance. Na de aanslag zou Casso tegen Eppolito en Caracappa hebben gezegd dat ze nu hun best moesten gaan doen. Hij zette de twee rechercheurs op zijn loonlijst voor $4000 per maand. Bijkomend ‘werk’ was “extra”. Het bijkomende werk betekende moord. Het eerste slachtoffer van Eppolito en Caracappa was Gambino familie associate James Hydell. Hydell was één van de mannen die had meegewerkt aan de aanslag op Casso. Eppolito en Caracappa zouden Hydell hebben gedwongen in de kofferbak van hun auto te gaan liggen waarna ze hem bezorgden bij Casso. Deze bezorging zou later de enige keer blijken te zijn dat de rechercheurs en de maffiabaas elkaar hebben ontmoet. Toen Eppolito en Caracappa Casso en Hydell alleen lieten werd het pas echt gruwelijk. Casso wilde weten wie de opdracht tot de aanslag op zijn leven had gegeven. Om antwoorden te krijgen martelde hij Hydell. Toen hij genoeg had gehoord schoot hij Hydell dood.

Een andere moord waar de twee voormalige rechercheurs voor zijn aangeklaagd is de moord op een onschuldige burger. Nicholas Guido had niets met misdaad te maken en werd vanwege een foutje van de moordenaars gedood. In dezelfde buurt woonde nog een Nicholas Guido. Die Guido was een Gambino familie associate en het eigenlijke doelwit. Volgens de aanklagers kwam de informatie voor de moord van Eppolito en Caracappa. De twee “Mafia Cops” bereikten een nieuw dieptepunt toen ze zelf een moord uitvoerden. In november 1992 vermoorden zij Edward Lino, een Gambino familie capo, op de Belt Parkway snelweg in Brooklyn. Stephen Caracappa zou de schutter zijn geweest in deze aanslag. Voor dit bijkomend ‘werk’ kregen de twee, op dat moment gepensioneerde, rechercheurs $65.000 van Anthony Casso.

In januari 1993 werd Anthony Casso gearresteerd na 30 maanden op de vlucht te zijn geweest. Een jaar later besloot hij een getuige voor justitie te worden. Hij bekende zijn rol in 36 moorden en vertelde daarnaast over twee rechercheurs die hij op zijn loonlijst had staan. Hij zei dat Burton Kaplan, die als tussenpersoon fungeerde, zijn verhaal zou bevestigen. Maar Kaplan bevestigde niks en werkte niet mee met het onderzoek. Toen justitie merkte dat Casso tegen hen had gelogen over een paar andere dingen en hij zich daarnaast nog eens misdroeg in de speciale afdeling voor beschermde getuigen stopte het onderzoek naar de twee gepensioneerde rechercheurs. Anthony Casso werd in 1998 tot levenslang veroordeeld.

En zo leek het dat Louis Eppolito en Stephen Caracappa de storm hadden overleefd. Totdat Burton Kaplan zich jaren later bedacht. Kaplan zat al een tijdje in de gevangenis waar hij een straf van 27 jaar uitzat wegens drugshandel. Kaplan wilde waarschijnlijk wat meer vrijheid om zijn dochter en kleinzoon te zien en besloot dus om getuige voor justitie te worden. Kaplan zal de belangrijkste getuige zijn tegen Eppolito en Caracappa aangezien Casso bij het oud vuil is gezet.

Eppolito en Caracappa zijn momenteel op borgtocht vrij. De rechter die de zaak behandeld heeft harde woorden voor de aanklagers: “De aanklachten lijken mij relatief oud, en de verjaringstermijn zal een serieus probleem worden.” De verjaringstermijn in een samenzweringszaak als deze is vijf jaar. De aanklagers zeggen dat Eppolito en Caracappa meededen aan een criminele samenzwering die doorging nadat ze New York verlieten. De twee zijn ook beschuldigd van het maken van een drugdeal in Las Vegas. Die drugdeal zou de tijd van de samenzwering verlengen, waardoor de verjaringstermijn niet meer geldt.

De aanklagers presenteerden in november 2005 een nieuwe versie van de aanklacht. Er waren twee moorden en een nieuwe omkoping aanklacht tegen Eppolito toegevoegd. “Ik was 22 jaar lang een eerlijke, hardwerkende agent,” vertelde Louis Eppolito aan verslaggevers. “Ik verdien dit niet.” Het proces staat gepland voor 21 februari 2006.